• An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow

Toetsingscriteria UVIT groep


Kader UVIT toetsingscriteria vergoeding alternatieve zorg
Toelichting op eerder toegestuurd kader d.d. 1 september 2010.

Om voor vergoeding van de gegeven behandelingen alternatieve zorg in aanmerking te komen worden door Univé, VGZ, IZA en Trias (UVIT) de volgende criteria gesteld:

Klachtregeling en tuchtrecht

De alternatieve beroepsverenigingen die zijn aangesloten bij de door UVIT erkende koepelorganisaties dienen te beschikken over een klachtregeling en een onafhankelijk (operationeel) tuchtrecht:
  • de klachtregeling is beschreven en op aanvraag beschikbaar en wordt altijd kenbaar gemaakt aan de cliënten.
  • er is een onafhankelijk (operationeel) tuchtrecht die voldoet aan de vigerende wet- en regelgeving. Deze is beschreven en op aanvraag beschikbaar en wordt op verzoek en/of indien aan de orde kenbaar gemaakt aan de cliënten.
Opleidingsniveau

Een beroepsgerichte, aanvullende opleiding in de alternatieve zorg dient een beroepsbeoefenaar zodanig op te leiden, dat deze in staat is om als zelfstandig beroepsbeoefenaar binnen de gezondheidszorg te functioneren.

Om dit te borgen heeft UVIT voorwaarden opgesteld waaraan elke therapeut dient te voldoen. Het betreft de volgende voorwaarden:

Voorwaarde 1: Opleiding in de alternatieve c.q. complementaire zorg

Naast kwaliteitsnormen ten aanzien van de kennis van specifieke handelingen in de opleiding tot alternatief beroepsbeoefenaar is een aantal specifieke eisen ten aanzien van het opleidingscurriculum van belang. Het betreft de specifieke basiseisen gericht op patiëntveiligheid, zodat er voldoende waarborgen zijn voor het leveren van veilige zorg.

Deze specifieke basiseisen zijn:
  • voldoende medische basiskennis of psychosociale basiskennis (zie verder punt 2 Basiskennis);
  • kennis van specifieke handelingen in de opleiding tot alternatief beroepsbeoefenaar;
  • voldoen aan de vereisten voor deugdelijke zelfstandige praktijkvoering;
  • bewustzijn van de grenzen aan de eigen deskundigheid (is het “pluis” of “niet pluis”).
De therapeut dient te beschikken over een diploma/certificaat van een relevante beroepsgerichte, aanvullende opleiding in de alternatieve zorg.
De koepelorganisatie toetst of laat toetsen of hieraan door haar leden wordt voldaan.

Voorwaarde 2: Basiskennis

Voldoende medische basiskennis of psychosociale basiskennis dient te worden aangetoond via het bezit van:

a Een diploma van een erkende (dat wil zeggen: een door de NVAO geaccrediteerde) HBO-Bachelor opleiding met medische basiskennis1 of psychosociale basiskennis2;
of:
b Een EVC-certificaat (Erkenning van Verworven Competenties)3 waarmee ervaren therapeuten kunnen aantonen dat zij door ervaring en bijscholing over voldoende medische en/of psychosociale basiskennis beschikken (gelijkwaardig aan het niveau van een NVAO-geaccrediteerde HBO-Bachelor opleiding);
of:
c Een diploma of bewijs van een door UVIT erkend accreditatie instituut waaruit blijkt dat de module medische en/of psychosociale basiskennis van de gevolgde opleiding alternatieve zorg gelijk is aan die van de door de NVAO geaccrediteerde HBO-Bachelor opleiding. Mogelijke accreditatie-instituten zijn FONG, SNRO en CPION. (Het accreditatie instituut dient objectief inzichtelijk te kunnen maken dat de alternatieve opleiding hieraan voldoet).


De therapeut dient uiterlijk 1 januari 2017 hieraan te voldoen. In het overgangstraject naar 2017 zal de therapeut inzichtelijk moeten maken dat hij of zij is gestart met een HBO-Bachelor opleiding met medische- of psychosociale basiskennis met het oog op het tijdig behalen van een diploma op het gewenste HBO-Bachelor niveau, óf dat hij gestart is met de procedure tot het behalen van het certificaat Erkenning van Verworven Competenties (EVC). Is dit niet het geval dan kan dit vanaf kalenderjaar 2012 consequenties hebben voor de vergoedingen van diens behandelingen.

Voorwaarde 3: Bij- en nascholing
Voor zowel de medische- en psychosociale basiskennis als voor de (aanvullende) opleiding alternatieve zorg geldt dat de kwaliteit van de opleiding geborgd is via jaarlijkse bij- en nascholing en via vastgelegde afspraken over minimale opleidingsduur en visitatie.
De koepelorganisatie toetst of laat toetsen of hieraan door haar leden wordt voldaan.


1 De hiernavolgende opleidingen voldoen aan de eis voor medische basiskennis (bedoeld voor therapeuten niet werkzaam in de psychosociale zorg): Complementary Alternative Medicine (CAM), Manuele Therapie, Oefentherapie Cesar, Oefentherapie Mensendieck, Bewegingsagogie/Psychomotorische Therapie, Fysiotherapie, Verpleegkunde, Verpleegkunde in de Maatschappelijke Gezondheidszorg, opleiding van Kader in de Gezondheidszorg, Ergotherapie, Logopedie, Palliatieve-zorg, opleiding Sport, Gezondheid en Management.
2 De hiernavolgende opleidingen voldoen aan de eis voor psychosociale basiskennis (bedoeld voor therapeuten werkzaam in de psychosociale zorg): Maatschappelijk Werk en Dienstverlening (MWD), Sociaal Pedagogische Hulpverlening (SPH), Culturele en Maatschappelijke Vorming (CMV), Creatieve Therapie of Psychologie.
3 Zie voor meer informatie over het EVC-traject de website www.kenniscentrumevc.nl.